Artikel

De Munt (1584-1806)

Als gevolg van de opkomst van het protestantisme werden in 1580 de kloosters eigendom van de stad. Het klooster van […]

Bekijk alle artikelen

Als gevolg van de opkomst van het protestantisme werden in 1580 de kloosters eigendom van de stad. Het klooster van de Graue Susteren aan de Smeepoortstraat

In 1584 verhuisde de Staten van Gelderland de gewestelijke munt van Nijmegen naar Harderwijk, naar het voormalige klooster van de Graue Susteren aan de Smeepoortstraat. Dit klooster werd in 1582 verhuurd aan Johan van Schevickhaven, de muntmeester van graaf Willem van den Bergh, stadhouder van Gelderland. In de jaren 1582 en 1583 liet de stadhouder in Harderwijk eigen munten slaan. Nijmegen liep tijdens de Tachtigjarige Oorlog meer risico’s dan Harderwijk. In geval van nood kon je vanuit Harderwijk over zee of over land wegvluchten met de voorraad edelmetaal en munten. In de gewestelijke munt werden de officiële munten van een gewest geslagen. Zo’n muntinstelling gaf niet alleen prestige, maar ook werkgelegenheid. Vandaar dat Harderwijk bijzonder ingenomen was met de vestiging van de Gelderse Munt. Het bood de stad prestige maar ook werkgelegenheid.

Op 17 september 1806 werd de Gelderse Munt opgeheven door (de Franse) koning Lodewijk Napoleon. De Franse bezetters wilden van de Nederlandse gewesten een eenheid maken. Daarom kozen ze onder meer voor één rijksmunt, in Utrecht. De inventaris van de Gelderse Munt verhuisde dan ook naar die stad.

De vereniging Herderewich wil de kennis van de geschiedenis van Harderwijk behouden en bevorderen en opkomen voor het belang van het historisch karakter van Harderwijk en Hierden.

Schakel JavaScript in je browser in om dit formulier in te vullen.

Overig

Ontwikkelaar
Gebouwd door Websheriff